aangemeld als #nickname# | profiel beheren | afmelden

Sub_header_centen

Studietoelage van de Vlaamse Gemeenschap – academiejaar 2011-2012

Wij helpen je!

KdG Stuvo helpt je bij de aanvraag van je studietoelage, berekent of je in aanmerking komt en kan een voorschot op de studietoelage verlenen.
Om te bekijken of jij, in jouw persoonlijke situatie, in aanmerking komt voor een studietoelage, kan je bellen naar ons onthaal (03 202 38 00) om een afspraak te maken. Onze ervaren medewerkers staan voor je klaar. Hieronder schetsen we erg beknopt de algemene voorwaarden. Voor meer gedetailleerde informatie kan je terecht bij ons en via www.studietoelagen.be.

Er zijn 3 voorwaarden waaraan je tegelijk moet voldoen om een studietoelage van de Vlaamse Gemeenschap te verkrijgen, nl. nationaliteits-, pedagogische en financiële voorwaarden.

1. Nationaliteitsvoorwaarde

Als je Belg bent voldoe je sowieso aan de nationaliteitsvoorwaarde. Niet-Belgen kunnen onder specifieke voorwaarden ook in aanmerking komen.

2. Pedagogische voorwaarde

Je moet studeren met een diplomacontract van minstens 27 studiepunten (uitgezonderd in je diplomajaar) aan een erkende onderwijsinstelling.
Ben je voor het eerst ingeschreven in het hoger onderwijs, dan krijg je een startkrediet van 60 studiepunten. Was je al ingeschreven in het hoger onderwijs, dan is het studietoelagekrediet waarover je in 2011-2012 beschikt afhankelijk van het aantal verworven studiepunten (= verworven credits) tijdens het voorgaande studiejaar, indien nodig aangevuld met het resterende jokerkrediet. Dat is een krediet van 60 studiepunten dat automatisch wordt ingezet als er een tekort is tussen je verworven credits en de studiepunten waarvoor je inschrijft. Het jokerkrediet wordt niet meer aangevuld. Als je in het verleden je joker al volledig hebt ingezet is dat krediet opgebruikt.

Opgelet! Indien je niet aan deze voorwaarde voldoet, kan je toch soms nog in aanmerking komen voor een verminderd studiegeld.

3. Financiële voorwaarde

3.1 De leefeenheid en puntentelling

Je gezinssituatie op 31 december van het betrokken academiejaar (= ‘leefeenheid’) is bepalend voor de berekening van je studietoelage. Er zijn verschillende leefeenheden, namelijk:

  • je bent gehuwd/samenwonend student
  • je bent zelfstandig student
  • je woont bij je ouder(s)
  • je woont bij een andere persoon dan je ouder(s)
  • je bent alleenstaand student

Elke leefeenheid heeft z’n specifieke voorwaarden!
Aan je leefeenheid worden een aantal punten toegekend, rekening houdend met de gezinssamenstelling op 31 december 2010. Het aantal punten is bepalend voor de maximumgrens (zie onderstaande tabel).
De punten worden als volgt geteld:

Eén punt voor:

  1. elke persoon in de leefeenheid die fiscaal ten laste is van degene(n) op wiens inkomen de toelage wordt berekend
  2. elke leerling of student in de leefeenheid die niet meer fiscaal ten laste is van degene(n) op wiens inkomen de toelage wordt berekend omdat hij of zij bestaansmiddelen heeft gehad, maar die niet voldoet aan de voorwaarden voor zelfstandig, gehuwd of alleenstaand student of leerling.
  3. elke persoon die onder één van de eerste twee categorieën valt en die fiscaal als gehandicapt wordt beschouwd (handicap van minimum 66 %)
  4. elke persoon op wiens inkomen de toelage wordt berekend en die fiscaal als gehandicapt wordt beschouwd. (handicap van minimum 66%)
  5. elke persoon van wie het referentie-inkomen in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de toelage en elke persoon die onder één van de eerste twee categorieën hierboven (zie punt 1. en 2.) valt en die hoger onderwijs, een bachelor-na-bacheloropleiding of een master-na-masteropleiding volgt. Het aldus bekomen totaal aantal punten wordt verminderd met één punt en bedraagt nooit minder dan nul.
  6. de leerling of student voor wie de aanvraag gebeurt, is oudergerelateerd (ten laste van ouders of andere natuurlijke persoon) of gehuwd
  7. de leerling of student voor wie de aanvraag gebeurt is een zelfstandig of alleenstaand leerling of student wiens inkomen in aanmerking zou kunnen worden genomen voor de berekening van de toelage van een persoon die onder één van de eerste twee categorieën hierboven valt – maw een zelfstandig of alleenstaand leerling of student met personen/kinderen (fiscaal) ten laste (zie punt 1 of 2) krijgt.

Er wordt niet vereist dat deze kinderen/personen effectief onderwijs volgen of dat er voor hen een aanvraag voor studiefinanciering werd ingediend.

Eén punt wordt afgetrokken als:

  • er in de leefeenheid van de leerling of student (zowel oudergerelateerd, ten laste andere natuurlijke persoon, gehuwd, zelfstandig of alleenstaand) één of meerdere niet-verwanten zijn die over een inkomen beschikken. Een leefloon of een inkomensvervangende tegemoetkoming aan gehandicapten wordt niet als een inkomen beschouwd: in dat geval wordt er geen minpunt aangerekend.
    Het aantal punten in een leefeenheid kan echter nooit lager zijn dan nul.

    Opgelet: Het berekenen van het aantal punten is vaak een ingewikkelde klus. U kan hiervoor steeds bij ons terecht. Gelieve hiervoor een afspraak te maken via 03 202 38 00.
3.2 Het referentie-inkomen

De studietoelage voor 2011-2012 wordt in principe berekend op basis van het referentie-inkomen van 2009 (aanslagjaar 2010).
Om verschillende redenen kan je studietoelage echter op een ander inkomstenjaar berekend worden, bijvoorbeeld bij een wijziging in je gezinssituatie, bij een daling van het inkomen of als gehuwd/samenwonend, zelfstandig of alleenstaand student.
In de samenstelling van het referentie-inkomen wordt meegerekend:

  • het gezamenlijk belastbaar inkomen
  • alimentatiegeld aan 80%
  • afzonderlijk belastbare inkomsten
  • leefloon
  • inkomensvervangende tegemoetkoming aan personen met een handicap
  • een niet-belastbare beurs, onderworpen aan RSZ
  • het kadastraal inkomen van de eigendommen met uitzondering van de eigen woning (enkel indien deze niet deels voor beroepsdoeleinden gebruikt wordt). Opgelet: indien je (een) andere eigendom(men) bezit dan de eigen woning, wordt er nog een extra berekening gemaakt waardoor je mogelijk niet in aanmerking komt voor een studietoelage.
3.2 Maximumgrenzen
Punten Maximumgrens voor het referentie-inkomen
0 € 15 709,62
1 € 23 201,47
2 € 29 066,71
3 € 33 749,13
4 € 38 825,84
5 € 45 085,44
6 € 49 324,22
7 € 51 591,52
8 € 53 858,78
9 € 56 175,29
10 € 58 639,72

4. Praktisch

De aanvraag voor een studietoelage 2011-2012 kan vanaf 1 augustus 2011 tot uiterlijk 1 juni 2012 ingediend worden.
Je kan de aanvraag online indienen via www.studietoelagen.be (met behulp van een federaal token of je elektronische identiteitskaart en kaartlezer) of op papier via het aanvraagformulier dat je kan downloaden van dezelfde website, kan bekomen bij KdG Stuvo of op het studentensecretariaat van je departement. Een token (~ gebruikersnaam, wachtwoord en codekaartje) kan je gratis aanvragen via de www.studietoelagen.be.

Opgelet:

  • Als je bij inschrijving op de Karel de Grote-Hogeschool meldt dat je een studietoelage zal aanvragen, dan betaal je voorlopig het studiegeld als beursstudent. Er wordt dan van je verwacht dat je je aanvraag doet uiterlijk op 1 november 2011, zoniet zal je gevraagd worden om studiegeld bij te betalen tot het bedrag van niet-beursstudent. Indien je studietoelage na 1 november 2011 toegekend wordt, zal de hogeschool je automatisch het teveel betaalde studiegeld terugbetalen. Daarom is het van belang de ontvangstmelding die je krijgt toegestuurd nadat je een aanvraag op papier hebt gedaan of die je meteen kan afdrukken na een elektronische aanvraag goed bij te houden. Desgevraagd kan je daarmee aantonen dat je de aanvraag uiterlijk op 1 november indiende. Studenten die zich inschrijven na 1 november 2011 moeten hun aanvraag voor een studietoelage binnen de maand indienen. Zo niet zal ook gevraagd worden om studiegeld bij te betalen tot het bedrag van niet-beursstudent.
  • De aanvraag van een studietoelage kan je in één keer voor alle schoolgaande gezinsleden doen. De berekening van de studietoelage is dezelfde voor leerlingen uit kleuter-, lager, secundair én hoger onderwijs. Het bedrag van de studietoelage is wél verschillend.

Volg de status van je dossier op!
Je kan de status van je dossier bij de Afdeling Studietoelagen checken via het gratis nummer 1700. Let wel, hou steeds je rijksregisternummer bij de hand. Noteer in ieder geval ook de datum waarop je contact gehad hebt met het 1700-nummer en vraag de naam van de telefonisch consulent.
Je kan de status van je dossier ook online opvolgen via www.studietoelagen.be. Hiervoor heb je een elektronische identiteitskaart, een kaartlezer, je pincode of een ‘token’ nodig. Hoe je zo’n token aanvraagt kan je hier stap voor stap nalezen. Heb je zelf geen kaartlezer, dan kan je hiervoor ook steeds de pc aan het Stuvo-onthaal consulteren. Breng in dat geval zeker je identiteitskaart met pincode mee.